top of page
Banner_0000_Layer 5.jpg

HomeActualiteiten > Bericht

Wij delen op deze website en onze socialmedia-accounts regelmatig
informatie over Mensch Arbeidsrecht Advocatuur en het arbeidsrecht.
Hieronder één van de berichten.

De WW-uitkering na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden

  • 2 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

12 februari 2026

Mensch Arbeidsrecht Advocatuur Den BOsch vaststellingsovereenkomst beeindigingsovereenkomst vso fictieve opzegtermijn ww-uitkering lydia van den heuvel

Veel arbeidsovereenkomsten eindigen met wederzijds goedvinden (meestal vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst (vso)). In dit artikel wordt uitgelegd hoe vervolgens de ingangsdatum van de WW-uitkering door het UWV wordt vastgesteld en welke valkuilen daarom op de loer liggen.


Wat is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden


Als een werkgever en werknemer afspreken dat zij de arbeidsovereenkomst beëindigen, eindigt de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Meestal wordt dit vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst (vso).


De einddatum van de arbeidsovereenkomst bij beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden


Als een werkgever en werknemer afspreken dat zij de arbeidsovereenkomst beëindigen dan spreken zij ook de einddatum van de arbeidsovereenkomst af. Werkgever en werknemer zijn vrij in het kiezen van een einddatum. Hiervoor gelden dus géén regels.


Recht op WW-uitkering na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden


Dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt, maakt voor het recht op een WW-uitkering niet uit. Als de werknemer aan alle voorwaarden voor een WW-uitkering voldoet, heeft de werknemer na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden dus recht op een WW-uitkering.


De ingangsdatum van de WW-uitkering


De WW-uitkering gaat niet in zolang de werknemer aanspraak had kunnen maken op loonbetaling door de werkgever. Deze periode wordt door het UWV dan ook als wachtperiode voor de WW-uitkering gehanteerd. De reden hiervoor is dat de wetgever wil voorkomen dat de loonkosten worden afgewenteld op de overheid.


De fictieve opzegtermijn


De periode dat de werknemer aanspraak had kunnen maken op loonbetaling door de werkgever betreft meestal de fictieve opzegtermijn.


De fictieve opzegtermijn is gelijk aan de voor de werkgever in geval van opzegging geldende opzegtermijn (ondanks dat er geen sprake is van opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, maar van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden). In het eerder door ons gepubliceerde artikel Alles over opzegtermijnen bij het opzeggen van de arbeidsovereenkomst: regels, uitzonderingen en financiële risico’s lees je over de voor de werkgever geldende opzegtermijn.


De fictieve opzegtermijn begint te lopen op de dag waarop de werkgever en de werknemer schriftelijk hebben afgesproken dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Vaak is dit de dag van ondertekening van een beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst (vso).


Uitzonderingen


De periode dat de werknemer aanspraak had kunnen maken op loonbetaling door de werkgever is in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die tussentijds niet kan worden opgezegd niet de fictieve opzegtermijn. In dat geval is de periode dat de werknemer aanspraak had kunnen maken op loondoorbetaling door de werkgever de resterende duur van de arbeidsovereenkomst als deze niet met wederzijds goedvinden zou zijn geëindigd.


WW-gat voor de werknemer


Omdat de WW-uitkering niet ingaat zolang de werknemer aanspraak kon maken op loonbetaling door de werkgever en het UWV deze periode als wachtperiode toepast, ontvangt de werknemer niet aansluitend op de einddatum van de arbeidsovereenkomst een WW-uitkering als hiermee geen rekening is gehouden bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst. Er is dan sprake van een WW-gat voor de werknemer. Om een WW-gat voor de werknemer te voorkomen moet dus rekening worden gehouden met de wachtperiode voor de WW-uitkering.


Voorbeelden

 

Hieronder enkele voorbeelden ter verduidelijking van het vorenstaande.


Voorbeeld 1:

  • Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

  • Opzegging moet tegen het einde van de maand.

  • De opzegtermijn is 2 maanden.

  • De werkgever en werknemer spreken op 28 januari 2026 af dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2026 eindigt.

  • De werknemer voldoet aan alle eisen voor een WW-uitkering.

  • De fictieve opzegtermijn begint op 29 januari 2026 te lopen en eindigt met ingang van 29 maart 2026 waardoor de werkgever tegen 1 april 2026 had kunnen opzeggen.

  • De werknemer ontvangt de WW-uitkering met ingang van 1 april 2026 en dus aansluitend op de einddatum van de arbeidsovereenkomst.

 

Voorbeeld 2:

  • Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

  • Opzegging moet tegen het einde van de maand.

  • De opzegtermijn is 3 maanden.

  • De werkgever en werknemer spreken op 28 januari 2026 af dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2026 eindigt.

  • De werknemer voldoet aan alle eisen voor een WW-uitkering.

  • De fictieve opzegtermijn begint op 29 januari 2026 te lopen en eindigt met ingang van 29 april 2026 waardoor de werkgever tegen 1 mei 2026 had kunnen opzeggen.

  • De werknemer ontvangt de WW-uitkering met ingang van 1 mei 2026, en dus niet aansluitend op de einddatum van de arbeidsovereenkomst, en heeft een WW-gat van 1 maand.

 

Voorbeeld 3:

  • Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

  • De arbeidsovereenkomst heeft een looptijd tot 1 september 2026 en eindigt dus met ingang van 1 september 2026 van rechtswege.

  • De arbeidsovereenkomst kan tussentijds worden opgezegd.

  • Opzegging moet tegen het einde van de maand.

  • De opzegtermijn is 2 maanden.

  • De werkgever en werknemer spreken op 28 januari 2026 af dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2026 eindigt.

  • De werknemer voldoet aan alle eisen voor een WW-uitkering.

  • De fictieve opzegtermijn begint op 29 januari 2026 te lopen en eindigt met ingang van 29 maart 2026 waardoor de werkgever tegen 1 april 2026 had kunnen opzeggen.

  • De werknemer ontvangt de WW-uitkering met ingang van 1 april 2026, en dus aansluitend op de einddatum van de arbeidsovereenkomst.

 

Voorbeeld 4:

  • Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

  • De arbeidsovereenkomst heeft een looptijd tot 1 september 2026 en eindigt dus met ingang van 1 september 2026 van rechtswege.

  • De arbeidsovereenkomst kan niet tussentijds worden opgezegd.

  • De werkgever en werknemer spreken op 28 januari 2026 af dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2026 eindigt.

  • De werknemer voldoet aan alle eisen voor een WW-uitkering.

  • De arbeidsovereenkomst zou tot 1 september 2026 hebben geduurd als deze niet met wederzijds goedvinden zou eindigen.

  • De werknemer ontvangt de WW-uitkering met ingang van 1 september 2026, en dus niet aansluitend op de einddatum van de arbeidsovereenkomst en heeft een WW-gat van 5 maanden.

 

 

Wil je arbeidsrechtelijk advies van een advocaat arbeidsrecht of jurist arbeidsrecht?

De informatie in dit bericht is een algemene toelichting en vormt geen arbeidsjuridisch advies. Mogelijk is deze informatie niet op jou of jouw onderneming van toepassing. Neem contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten of juristen voor advies op maat.

Alle berichten 

Al onze berichten vind je hier.

Blijf op de hoogte

Volg ons op LinkedIn, Facebook en/of Instagram als jij ook op de hoogte wilt blijven. 

bottom of page